Bybele Beginsels
Studie 1:
Het Bestaan van God | De persoonlijkheid van God |||||||||

1.2 De persoonlijkheid van God


Het is een majestueus, schitterend thema van de Bijbel dat God is geopenbaard als een echt, tastbaar persoon met een aards bestaan. Het is ook een fundamenteel basisprincipe van het Christendom dat Jezus de Zoon is van God. Als God niet een lichamelijk wezen is, dan is het onmogelijk voor Hem om een zoon te hebben, die was zoals "de afdruk van zijn wezen" (Heb.1: 3). Verder wordt het moeilijk om een persoonlijke relatie met God te ontwikkelen, als' God'gewoon een begrip is in onze gedachten, een sliert van geest ergens in de leegte van de ruimte. Het is tragisch dat de meeste religies dit onwerkelijke, ontastbare idee hebben over God.

God is zo oneindig veel groter dan wij,dat het begrijpelijk is voor veel mensen dat hun geloof hen heeft teleurgesteld op de duidelijke beloften dat wij God uiteindelijk zullen zien. Israel ontbrak het aan geloof om Gods "vorm" te zien(Jn.5:37), waaruit duidelijk blijkt dat hij wel een echte vorm heeft. Dergelijk geloof komt door weten wie God is en geloven in Zijn woord:

"Zalig zijn zij die een zuiver hart hebben, want zij zullen God zien" (Matt.5: 8).

"Zijn (Godís)dienaars dienen hem: en zij zullen zijn gelaat zien; en zijn naam (Godís naam - Rev.3: 12)op hun voorhoofd dragen" (Rev.22: 3,4).

Zo'n geweldige hoop, als we het werkelijk geloven, zal een diepgaand praktisch effect op ons leven hebben:

"Streef de vrede na met alle mensen, en probeer heilig te leven, zonder dit zal geen mens de Heer ooit zien" (Heb.12:14).

We moeten niet zweren, omdat "hij die zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God, en bij hem die op de troon zit" (Matt. 23:22). Dit is onzin als God niet een lichamelijk wezen is

"We zullen hem zien zoals hij is (onthuld in Christus). En iedereen die dit verwacht in vertrouwen op hem, reinigt zichzelf, zoals Jezus Christus rein is" (1 Jn.3: 2,3).

In dit leven is ons begrip van de Hemelse Vader zeer onvolledig, maar we kunnen ernaar uit kijken,door de verstrengelde duisternis van dit leven,op zijn minst Hem te ontmoeten. Onze fysieke ontmoeting met Hem zal ongetwijfeld worden geevenaard door ons groter geestelijk begrip over Hem. Zo uit de absolute diepten van het menselijk lijden, kon Job zich verheugen in de volstrekt persoonlijke relatie met God die hij volledig zou ervaren op de laatste dag:

"Ook al is mijn lichaam geschonden, toch zal ik God nog met eigen ogen zien.Ikzelf en niemand anders zal hem zien" (Job 19:26,27).

En de apostel Paulus riep uit een ander leven van pijn en onrust:

"Nu kijken we nog in een spiegel, we zien niet rechtstreeks, maar dan staan we oog in oog." (1 Cor.13: 12).

Oude Testament Bewijs

Deze beloften van het Nieuwe Testament zijn gebaseerd op een aanzienlijke achtergrond van bewijs van het Oude Testament voor een persoonlijke, lichamelijke God. Het kan niet genoeg worden benadrukt dat het van fundamenteel belang is om de aard van God te accepteren, als we een goed begrip willen hebben van waarop de Bijbel gebaseerde religie over gaat. Het Oude Testament spreekt consequent over God als een persoon, de van persoon tot persoon relatie met God waar zowel het Oude en Nieuwe Testament over spreken is uniek voor de echte Christelijke hoop. De volgende sterke argumenten zijn voor een persoonlijke, lichamelijke God:

- "God zei: Laten we de mens maken in onze afbeelding, naar onze gelijkenis" (Gen.1: 26). Dus de mens is gemaakt in het beeld en gelijkenis van God, zoals blijkt door de Engelen. James 3:9 spreekt van "... mensen, die zijn gemaakt in de gelijkenis van God." Deze woorden kunnen niet van toepassing zijn op het mentale beeld van de mens, omdat door de aard van onze gedachten we volledig gedistantieerd zijn van God en in veel opzichten fundamenteel gekant tegen Zijn gerechtigheid: " Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, noch zijn mijn wegen uw wegen, zegt de Heer. Zoals de hemel uitreikt boven de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen, en overtreffen mijn gedachten uw gedachten "(Jes.55: 8,9). Daarom moet het beeld en gelijkenis die we met God delen een fysiek beeld zijn.Toen Engelen zijn waargenomen op aarde zijn ze omschreven met een menselijke vorm - bv. Abraham vermaakte Engelen onverwachts, denkend dat ze gewone mensen waren. Onze gelijkenis in het beeld van God betekent zeker dat we de conclusie kunnen trekken omtrent iets wat betreft het echte doel waar we maar een afbeelding van zijn.Dus God, die wij weerspiegelen, is niet iets vaags waarbij we ons niets kunnen voorstellen.

- De Engelen zelf zijn een weerspiegeling van God.Dus God zou kunnen zeggen over Mozes, "Met hem spreek ik rechtstreeks en duidelijk, hij heeft zelfs mijn gelijkenis gezien" (Num.12:8). Dit is een verwijzing naar Mozes' instructie door een Engel die de naam van de Heer droeg(Ex.23: 20,21). Als de Engel was zoals in de gelijkenis van de Heer dan volgt God in dezelfde vorm als de Engelen Ė d.w.z in de menselijke fysieke vorm, maar met een oneindig hogere aard dan vlees en bloed. "De Heer sprak met Mozes heel persoonlijk, zoals iemand spreekt tot zijn vriend" (Ex.33: 11; Deut.34: 10). De Heer was openbaar gemaakt door zijn Engel, wiens gezicht en mond tot uiting kwam in dat van de Heer zelf.

- "Hij (God) kent ons frame" (Ps.103: 14); Hij hoopt dat wij Hem ons als een persoonlijk wezen voorstellen, een vader aan wie we ons kunnen relateren. Dit zou de talrijke verwijzingen verlaren naar God's handen, armen, ogen, enz. Als God een sliert van wezen is ergens in de hemel Ė die in onze opvatting over God is als wij weigeren dat zijn aard persoonlijk is - dan zijn deze verwijzingen misleidend en dienen geen pedagogische doeleinden.

-In beschrijvingen van Gods woonplaats staat duidelijk vermeld dat "God" een persoonlijke plek heeft: "God is in de Hemel" (Ecc.5: 2); "De Heer keek naar ons vanuit zijn heilige Hemel, vanuit de hemel aanschouwde de Heer de aarde "(Ps.102: 19,20); " Luister dan vanuit de hemel,de plaats waar u woont " (1 Koningen 8:39). Nog meer in het bijzonder dan dit is dat we lezen dat God een "troon" heeft(2 Chron.9: 8; Ps.11: 4; Jes.6: 1; 66:1). Dergelijke taal is moeilijk toe te passen op een ongedefinieerde essentie die ergens in hemelse sferen
bestaat.

Over God wordt gesproken als "naar beneden" komend wanneer Hij zich manifesteert. Dit suggereert een hemelse plaats van God. Het is onmogelijk om het idee van 'Godís manifestatie' te begrijpen zonder waardering voor de persoonlijke, lichamelijke aard van God.

- Jesaja 45 staat vol verwijzingen door God over Zijn persoonlijke betrokkenheid bij de zaken van Zijn volk: "Ik ben de Heer, en er is niemand anders ... Ik, de Heer, doe al deze dingen ... Ik, de Heer heb ze geschapen . Wee hem die strijd met zijn maker ... ik, die zelfs mijn handen heb uitgestrekt naar de hemel ... kijk naar mij, en gij bent gered, waar je ook woont op de aarde ". Deze laatste zin toont vooral het persoonlijke bestaan van God aan - Hij wenst dat de mensen naar Hem kijken en dat ze Zijn letterlijke bestaan begrijpen door te geloven.


- God is ons geopenbaard als een vergevende God, die spreekt in woorden naar de mens. Maar vergeving en taal kan alleen afkomstig zijn van een persoon: zij zijn geestelijke handelingen. Aldus David was een man naar Gods eigen hart (1 Sam.13: 14), waaruit blijkt dat God een geest heeft (hart), die kan worden gerepliceerd tot beperkte mate door de mens, alhoewel de mens van nature niet Godís hart wil. Passages als: "Het berouw van de Heer, dat Hij de mens gemaakt had ... en het bedroefde Hem in zijn hart" (Gen.6: 6),openbaart ons dat God als een gevoel is,een bewust zijn, in plaats van een abstract stukje Geest in de atmosfeer. Dit helpt ons te beseffen hoe we Hem echt kunnen behagen en misbehagen , zoals een kind kan doen bij een natuurlijke vader.

Als God niet persoonlijk is...

Als God niet een echt, persoonlijk wezen is, dan is het concept van de spiritualiteit moeilijk te omvatten. Als God volkomen rechtvaardig is, maar geen stoffelijk wezen is, dan kunnen we niet echt Zijn gerechtigheid bevatten die tot uiting komt in de mens.Zowel het afvallige Christendom en Jodendom hebben het idee dat Godís gerechtigheid door ons leven gaat door middel van een vage 'Heilige Geest', die op de een of andere manier ons tot Godís geestelijke afbeelding maakt en aanvaardbaar is voor Hem. Omgekeerd, als we eenmaal aanvaarden dat er sprake is van een persoonlijk wezen die God wordt genoemd, dan kunnen we aan onze karakters werken, met Zijn hulp en de invloed van Zijn woord, om de kenmerken van God in onze wezens te laten weerspiegelen.

God's doel is om zich in een veelheid van verheerlijkte wezens te openbaren. Zijn naam om hem te gedenken, Jehovah Elohim, duidt dit aan( 'Hij die machtig zal zijn', is een ruwe vertaling). Als God niet een fysiek wezen is, dan is de beloning voor de gelovigen een niet-fysiek bestaan zoals God. Maar de beschrijvingen van de beloning voor de gelovigen in Gods komende Koninkrijk op aarde laten zien dat zij een tastbaar, lichamelijk bestaan zullen hebben, hoewel niet langer onderworpen aan de zwakheden van de menselijke natuur. Job verlangde naar de "laatste dag", toen hij een opstanding van het lichaam zou hebben(Job 19:25-27); Abraham is een van de "velen van hen die in het stof van de aarde slapen(die) zullen ontwaken... om voor altijd te leven "(Dan.12: 2), zodat hij de belofte van eeuwige erfenis van het land Kanaan kan ontvangen, een fysieke locatie op deze aarde (Gen.17: 8). "Heiligen zullen hardop schreeuwen van blijdschap ... laat ze hardop zingen op hun bedden ... en arrestaties uitvoeren op de heidenen" (Ps.132: 16; 149:5,7). Een gebrek bij zowel Jood en Gentile is deze passages te waarderen, evenals het fundamentele, letterlijke en fysieke invoer van de beloften aan Abraham, die heeft geleid tot de verkeerde opvatting van een "onsterfelijke ziel", als de echte vorm van het menselijk bestaan. Zo'n idee is volkomen verstoken van Bijbelse ondersteuning. God is een onsterfelijk, glorieus wezen, en Hij werkt Zijn doel uit zodat mannen en vrouwen kunnen worden opgeroepen om in Zijn toekomstig Koninkrijk op deze aarde te leven, om Zijn attributen te delen, uitgedrukt in een lichamelijke vorm.

De gelovigen zijn beloofd dat ze GodĎs aard zullen erven(2 Peter 1:4). Als God niet persoonlijk is, dan betekent dit dat we eeuwig zullen leven als immateriele geesten. Maar dit is geen Bijbel onderwijs. We zullen een lichaam als dat van Jezus krijgen(Phil. 3:21), en we weten dat hij in het Koninkrijk een echt lichaam zal hebben,met handen, ogen en oren (Zech. 13:6; Isa. 11: 3). De leer over de persoonlijkheid van God is daardoor gerelateerd met het Evangelie van het Koninkrijk.

Het zou duidelijk moeten zijn dat er geen verstandig begrip van aanbidding, godsdienst of persoonlijke relatie met God mogelijk is, totdat het wordt gewaardeerd dat God persoonlijk is, dat wij een fysieke weerspiegeling zijn van Hem, zij het een zeer onvolkomen weerspiegeling, en de behoefte om aan de ontwikkeling van Zijn geestelijke beeld te voldoen zodat we de volheid van Zijn fysieke beeltenis in het Koninkrijk van God kunnen aannemen. Dus veel meer gevoel en troost kunnen nu worden opgedaan met de passages die spreken over God als een liefdevolle Vader, ons opvoedend zoals een vader zijn zoon opvoedt (bv. Deut.8: 5). In het kader van Christus' lijden lezen we dat: "Het was de wil van de Heer zijn dienaar te vermorzelen" (Jes.53: 10), hoewel ď Ik schreeuwde mijn God om hulp...mijn hulpgeroep drong tot hem doorĒ (Ps.18:7 ). Godís belofte aan David van een zaad die Godís zoon zou worden vereiste de wonderlijke geboorte van een mens, als God niet persoonlijk was, zou Hij niet zoín zoon hebben gehad.

Een juist begrip van God is een sleutel die tal van andere belangrijke gebieden van de Bijbelse leer opent. Maar zoals een leugen naar een andere leugen leidt,zo ook een verkeerde opvatting van God die het systeem verduistert van de waarheid die de Bijbelteksten bieden. Als je dit deel overtuigend vond, of zelfs gedeeltelijk, rijst de vraag: 'Kent u God echt? " We zullen nu verder gaan met Bijbelstudie onderzoek over Hem.



  Back
Home
Next